Extra stof / Tips Tutorials Luisterboek Kennisvragen Proefexamen
Deze kennisvragen zijn bedoeld om voorjezelf te testen of je de theorie paraat hebt. Om vast te stellen of je gewoon de antwoorden kunt geven. De vragen gaan over het gehele boek.

  1. welke manieren van werken zijn er? geef bij elke manier de typische kenmerken.

  2. - improviserend werken: direct beginnen met werken op een manier die het beste lijkt; onduidelijk hoe lang over de klus gedaan wordt; onduidelijk wat het zal kosten; onduidelijk of het resultaat gehaald zal worden.
    - routinematig werken: werken volgens een 'werkproces' aan een veel voorkomende klus; duidelijk hoe lang de klus duurt; duidelijk wat de klus gaat kosten; duidelijk wanneer de klus gereed is.
    - projectmatig werken: werken aan een unieke klus die de tijdelijke samenwerking van enkele personen, ieder met zijn eigen kennis en ervaring, vereist; er wordt volgens een algemeen bekende methode gewerkt.

  3. wat zijn redenen om projectmatig te werken?

  4. - de klus komt niet vaak voor;
    - het is een grote / complexe klus;
    - het is een kostbare klus;
    - het is geen routineklus;
    - voor improviseren is het te onzeker of het resultaat gehaald gaat worden;
    - het is een klus met risico's.

  5. welke soorten projecten kennen we?

  6. - technische projecten;
    - commerciële projecten;
    - sociale projecten;
    - evenementen;
    - een mix van de soorten.

  7. onder welke voorwaarden is het okay om de methode van projectmatig werken in te zetten?

  8. Wanneer de voorliggende klus:
    - door enkele personen in een tijdelijk samenwerkingsverband moet worden gedaan;
    - van grof naar fijn moet worden uitgewerkt;
    - in fasen moet worden opgedeeld;
    - een helder doel en resultaat heeft;
    - éénmalig en uniek is.

  9. wat zijn de twee belangrijkste bedreigingen voor een project?

  10. - het onvoldoende in kaart hebben en/of onvoldoende anticiperen op risico's;
    - het onvoldoende managen van de beheersaspecten (GOKIT / BAKT DOOR);

  11. met wie wordt door de projectleider aan het begin van een project een interview gehouden?

  12. - met de opdrachtgever;

  13. welke zaken worden in het interview zoal besproken? noem er minstens 6

  14. - wat het procieze doel van het project is;
    - of er al een visie is op een mogelijk projectresultaat;
    - wat het beschikbare budget is;
    - wanneer et projectresultaat gereed moet zijn;
    - wie er in het project team mogen deelnemen;
    - wie de dagelijkse taken van de project teamleden waarneemt;
    - met welke regelmaat de opdrachtgever een voortgangsrapportage wenst;
    - welke hoofdstukken de opdrachtgever in de voortgangsrapportage wenst te zien; - of de opdrachtgever zijn visie in de eerste ('kick-off') vergadering van het project team wil komen toelichten.

  15. welke 6 fasen kennen we in een project? en noem bij elke fase het document dat aan het eind van die fase wordt opgeleverd

  16. - initiatief fase -> 'Startnotitie' / 'Projectbrief';
    - definitie fase -> 'Programma van Eisen';
    - ontwerpfase -> 'Ontwerp';
    - voorbereidingsfase -> 'Projectplan' / 'Plan van Aanpak';
    - realisatie fase -> 'Oplevering' (soms 'Proces verbaal van Oplevering' genoemd).
    - nazorg fase -> geen op te leveren document, wel zorgvuldige archivering.

  17. wat wordt bedoeld met 'de oplevering'?

  18. De oplevering is het moment waarop het projectresultaat door het project team aan de opdrachtgever wordt overgedragen. De opdrachtgever gaat het projectresultaat op zijn beurt inzetten voor het behalen van het gestelde doel.

  19. noem de 8 hoofdstukken van de projectdocumenten die aan het eind van elke fase worden opgeleverd

  20. - aanleiding;
    - doel;
    - resultaat;
    - projectgrenzen;
    - haalbaarheid; - risico's;
    - neveneffecten;
    - randvoorwaarden.



  21. wat bedoelen we met de 'projectomgeving'?

  22. De projectomgeving is een inventarisatie van alle personen en organisaties die op enigerlei wijze direct of indirect bij het project betrokken zijn; het betreft het in kaart brengen van alle 'actoren'. En actoren zijn personen of organisaties die:
    - invloed uitoefenen op het project;
    - invloed kúnnen uitoefenen op het project;
    - zelf aan het project werken.

  23. wat wordt bedoeld met 'kernposities' in een project?

  24. Binnen een project kennen we de volgende kernposities:
    - de opdrachtgever;
    - de projectleider;
    - de project medewerkers.

  25. wat doet een projectleider zoal?

  26. De projectleider:
    - draagt zorg voor en ziet toe op o.a. het budget, de planning en de kwaliteit van het projectresultaat;
    - motiveert en stimuleert de projectmedewerkers bij het uitvoeren van de activiteiten;
    - houdt de opdrachtgever op de hoogte van de voortgang van het project;
    - is 'de spin in het web' van een project.

  27. wat doet een projectmedewerker zoal?

  28. De projectmedewerker voert de activiteiten uit die binnen zijn expertisegebied vallen, of ziet erop toe indien deze door derden worden uitgevoerd.

  29. wat is de rol van de opdrachtgever?

  30. De opdrachtgever:
    - faciliteert en financiert het project;
    - neemt belangrijke beslissingen;
    - wil het projectresultaat hebben.

  31. wat zijn 'stakeholders' binnen een project?

  32. Stakeholders (niet te verwarren met 'shareholders', want dat zijn aandeelhouders) zijn personen of organisaties die concreet baat hebben bij het project of er schade door ondervinden. Ook wel 'belanghebbenden'. En dat kan dus positief of negatief zijn.

  33. waarom is het goed dat adviseurs van project teamleden netwerkrelaties zijn en geen betaalde adviseurs?

  34. Bij adviseurs die om niet een vraag bantwoorden of hun visie geven zijn er geen belangen. Dan wordt voorkomen dat er 'gekleurde' adviezen worden gegeven.

  35. wat is een stuurgroep? en waarom wordt een stuurgroep opgericht?

  36. Waneer een project erg complex is, en met name waneer totaal van elkaar verschillende diciplines moeten samenwerken, kan het goed zijn het projectresultaat op te splitsen in op te leveren deelrsultaten. Dan wordt een stuurgroep geformeerd, die op zijn beurt de projectleiders van de verschillende project teams aanstuurt.

  37. noem de 'teamfasen van Tuckman

  38. De 'Teamfasen van Tuckman' beschrijft de verschillende typische kenmerken van een project team vanaf de start van samenwerken tot en met de ontbinding van het project team na de oplevering van het projectresultaat:
    - Forming fase;
    - Storming fase;
    - Norming fase;
    - Performing fase;
    - Adjourning fase.

  39. wat zijn de kenmerken bij de verschillende teamfasen van Tuckman?

  40. - Forming fase: teamleden op zichzelf gericht / aftastende houding / projectleider moet leiding nemen;
    - Storming fase: taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden duidelijk / kans op conflicten;
    - Norming fase: samenwerking komt op gang / teamleden accepteren elkaars rollen / onderling vertrouwen groeit;
    - Performing fase: goede samenwerking / open communicatie / successen worden geboekt;
    - Adjourning fase: team wordt ontbonden / laatste keer bij elkaar voor afsluiten project.



  41. waarom is het goed om de teamfasen te kennen en herkennen?

  42. Met name de projectleider zou het liefst zien dat het team vanaf dag 1 als een geoliede machine samenwerkt. Omdat dit normaal gesproken echt niet zo zal zijn, is het goed om de fasen van Tuckman te herkennen, om te weten wanneer het moment aanbreekt dat wél goed kan worden samengewerkt. En de weg naar dat moment toe kan dan misschien worden verkort door het inzetten van technieken en trainingen.

  43. op welke twee vragen is 'situationeel leiding geven' gebaseerd?

  44. Bij situationeel leiding geven vraag je af of de persoon aan wie je leiding moet gaan geven:
    - 'competent is' oftewel: is hij of zij wat kennis en vaardigheden betreft in staat de klus te doen?;
    - gemotiveerd is om de klus te doen?

  45. wat zijn de vier mogelijkheden van aansturen bij 'situationeel leiding geven'?

  46. - wel competent én gemotiveerd: delegeren;
    - wel competent maar niet gemotiveerd: oorzaak demotivatie achterhalen en vervolgens motiveren / inspireren;
    - niet competent maar wél gemotiveerd: opleiden / trainen;
    - niet competent maar ook niet gemotiveerd: indien motivatie kan worden hervonden (zie hierboven) dan opleiden / trainen. Maar als motivatie onmogelijk is, dan afscheid nemen van de betreffende medewerker.

  47. wat staat er allemaal genoteerd in een activiteitenlijst bij elke activiteit?

  48. - de tijd die over een activiteit gedaan mag worden;
    - het moment waarop uiterlijk met de activiteit begonnen moet worden;
    - het moment waarop de activiteit gereed moet zijn;
    - wat de activiteit naast tijd eventueel in geld mag kosten;
    - kwaliteitseisen voor het resultaat van de activiteit of een verwijzing naar een document waar deze eisen zijn te vinden;
    - wie de activiteit gaat uitvoeren danwel toezicht houdt op de uitvoering.

  49. wat zijn 'mijlpalen'?

  50. Mijlpalen zijn belangrijke tussenresultaten. De overgang van de ene naar de volgende fase is zo'n moment, maar ook het gereedkomen van 1 of een cluster van activiteiten kan een mijlpaal zijn.

  51. waarom zijn mijlpalen belangrijk waar het de teamgeest betreft?

  52. Soms is de looptijd van een project lang, waardoor het moeijlijk is het team gemotiveerd te houden. Als het uiteindelijke succes lang op zich laat wachten is het goed om mijlpalen te benoemen en deze, als ze worden gehaald, ook een beetje te vieren. Dan ontstaat er weer nieuwe energie om vol goede moed op weg te gaan naar de volgende mijlpaal.

  53. welke soorten planningen ken je? en benoem bij elke soort de typische voordelen

  54. - tijdlijnplanning: grof totaalbeeld van start tot oplevering;
    - netwerkplanning: goed beeld van parallel lopende activiteiten en afhankelijkheid van activiteiten;
    - balkenplanning: goed totaalbeeld van moment van starten en gereed zijn, en van de doorlooptijd van alle activiteiten.

  55. waarvoor is de managementsamenvatting bedoeld?

  56. Met de management samenvatting informeert de projectleider de opdrachtgever over de status en de voortgang van het project en signaleert hij eventuele knelpunten of meevallers. Ook geeft de projectleider zijn visie / advies op de nabije toekomst.

  57. waarom is een goede archivering van het project belangrijk?

  58. - voor het geval een soortgelijk project nog eens moet worden uitgevoerd: er is dan een 'blauwdruk', en er kan van het vorige worden geleerd;
    - voor het geval er na afloop van het project misverstanden of juridische problemen ontstaan: het projectarchief kan dan uitsluitsel geven over de werkelijke situatie ten tijde van het project.

  59. waarom moet de afronding en archivereing van een project ook worden meegenomen in de planning?

  60. Ook het netjes ordenen en archiveren kost tijd. Soms aanzienlijk veel tijd. Als dit wordt vergeten ontstaat er aan het eind van het project een tekort aan tijd of budget en bestaat het risico dat de archivering wordt afgeraffeld. En dat kan weer voor grote problemen zorgen in geval van een misverstand of juridische zaak over het project.





Terug naar homepage
Voor scholen Voor docenten Boek bestellen Gastcollege & trainingen
Naar de website van de uitgever
Disclaimer